Boek
Nederlands

Niets om het hoofd op neer te leggen

Françoise Frenkel (auteur), Patrick Modiano (inleider), Marianne Kaas (vertaler)
Memoires van een joodse boekverkoopster (1889-1975) in Berlijn, die in 1939 uitweek naar Frankrijk, in Parijs een nieuwe boekhandel begon en in 1943 aan de nazi's wist te ontkomen naar Zwitserland.
Titel
Niets om het hoofd op neer te leggen / Françoise Frenkel, met een voorwoord van Patrick Modiano
Auteur
Françoise Frenkel 1889-1975
Inleider
Patrick Modiano
Vertaler
Marianne Kaas
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Frans
Oorspr. titel
Rien où poser sa tête
Uitgever
Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, © 2018
237 p. : ill.
Aantekening
Bevat documentatie over de auteur, haar boekenwinkel en haar werk
ISBN
9789045035024 (paperback)

Besprekingen

Joodse boekverkoopster in het nauw

Een ontdekking van formaat, bijna te vergelijken met het boven water komen van het oeuvre van Irène Nemirovsky: zo is Niets om het hoofd op neer te leggen van de Joodse vluchtelinge Françoise Frenkel in Frankrijk onthaald.

In 1945 verscheen bij de onooglijke Zwitserse uitgeverij Jeheber een boek van ene Françoise Frenkel. Het was het hallucinante en tegelijk onderkoelde relaas van een Joodse boekverkoopster op de vlucht voor de nazi's, die vanuit Berlijn na veel omzwervingen uiteindelijk in Zwitserland strandde. De oplage was beperkt.

Een jaar of acht geleden stuitte de Franse schrijver Michel Francesconi in een partij tweedehandsspullen te Nice op een beduimeld exemplaar van Rien où poser sa tête. Via een vriendin van Francesconi kreeg uitgeverij Gallimard lucht van de tekst, en er werd besloten tot een heruitgave. Meteen raakte het boek een gevoelige snaar. Zelfs Robert Fisk sprak van 'een indrukwekkend literair verslag van de menselijke waanzin'.

Gallimard zocht Nobelprijswinnaar Patrick Modiano aan voor het voorwoord, en dat is niet verbazingwekkend. In zijn oeuvre boog hij zich al vaker over het lot van door de nazi's opgejaagde vrouwen. In De horizon (2015) lez…Lees verder

Een scherpe blik op schurken en engelen

Over haar biografie is niet veel meer bekend dan wat ze zelf openbaarde. Begin jaren twintig opent Françoise Frenkel, in 1889 geboren in een intellectueel Joods milieu in Polen, de eerste Franse boekhandel van Berlijn. Ze houdt van haar winkel 'zoals een vrouw liefheeft, het was echt liefde'. Onder dwang van de nazi's moet ze de zaak in 1939 liquideren, tot verdriet van de Berlijnse intelligentsia. Pal voor het uitbreken van de oorlog vlucht ze naar Frankrijk: eerst naar Parijs, later naar Nice. Maar als het Vichy-regime met groot enthousiasme anti-Joodse maatregelen doorvoert, beseft ze dat 'de dodendans' ook voor haar is begonnen.

Een bizarre trektocht langs onderduikadressen volgt. In 1943 lukt het haar de grens met Zwitserland over te steken. Daar zet ze zich aan haar memoires. Als zoveel overlevenden beschouwt ze het als haar plicht om getuigenis af te leggen opdat 'de doden niet worden vergeten en degenen die in het verborgene tot zelfopoffering in staat zijn geweest, de erkenning krijgen die hun toekomt'.

Haar boek, in september 1945 verschenen bij een kleine uitgeverij in Genève, krijgt nauwelijks aandacht en raakt vergeten. Pas onlangs werd het herontdekt en bij Gallimard opnieuw uitgebracht, mét voorwoord van Patrick Modiano.

Terecht. Niets om het hoofd op neer te leggen maakt diepe indruk. Frenkel beschrijft haar ervaringen in prachtig, elegant proza, met een scherpe blik op de schurken en de engelen die ze tegenkomt. En zelfs onder deze omstandigheden weet ze enige lichtvoetigheid te behouden. 'Zeker, ik hield van katten', schrijft ze als ze arriveert op weer een nieuw o…Lees verder

Getuigenissen van joodse vervolgden direct na de oorlog: ze zijn altijd vrij zeldzaam geweest. De meeste overlevenden hadden geen zin hun verhaal meteen op te schrijven en wilden liever vergeten. Françoise Frenkel (1889-1975) is één van de uitzonderingen. Aanvankelijk had ze een Franse boekhandel in Berlijn; in 1939 week zij uit naar Parijs om daar opnieuw een boekhandel te beginnen. Haar boek 'Rien où poser sa tête' verscheen in 1945, maar kreeg weinig aandacht. In 2015 werd het heruitgegeven. De belangrijkste gebeurtenissen zijn haar verschillende pogingen tot vlucht vanuit Vichy-Frankrijk naar het neutrale Zwitserland, waarvan de laatste succesvol is en waar zij vervolgens de rest van de oorlog kan doorbrengen. Daar, in Zwitserland in 1943, eindigt haar moedige verhaal dat Frenkel in detail optekende en dat een mooi 'portret' oplevert van het door de nazi's bezette Frankrijk. Ze zou nooit meer schrijven en van haar leven na de oorlog is vrijwel niets bekend. Met enkele foto's en re…Lees verder

Opgejaagd wild

Joodse boekverkoopster toont hoe mededogen overal ontbrak tijdens haar vlucht naar Zwitserland.

Na een eerste mislukte vlucht van Françoise Frenkel van Frankrijk naar Zwitserland in december 1942 ontbrak bij de gendarmes ieder mededogen; het ging om gewin. "Vooruit, voor de dag emee! Jullie hebben sieraden, goud, juwelen en deviezen!" De 53-jarige Frenkel moest zich uitkleden. De gendarmes mopperden over al het werk dat de Joden hun bezorgden. Ze bleven maar 'koppig als ezels' naar die grens komen. "Het is geen ramp om in Duitsland te gaan werken. Ze betalen goed en het is beter dan bij ons", kreeg een jong Joods meisje te horen. Frenkel werd opgebeurd met de woorden: "Kom, kom, u hoeft vast geen al te zwaar werk te doen. U bent geen twintig meer! Dus trek niet zo'n begrafenisgezicht. Vooruit, vooruit!"

Frenkel wist wel beter. De Poolse runde na haar letterenstudie aan de Parijse Sorbonne achttien jaar een Franse boekhandel in Berlijn. Ze maakte de hoopgevende jaren van het interbellum mee, maar evengoed de dieptepunten. En na de machtsovername van de nazi's in …Lees verder